conservering
onderzoek & diagnose
advies & behandeling
identificatienummer
hanteren
verpakken & transporten
bewaren van glas
bewaren van instabiel glas
reinigen van glas
reinigen van instabiel glas
verlijmen & aanvullen

conservering

advies & behandeling

Het zorgvuldig bewaren van instabiel glas

Bij glasinstabiliteit speelt vocht uit de lucht een destructieve rol. Het zorgt voor adsorptie van water in glas en de migratie van alkali componenten uit het glas. Fluctuaties in de relatieve vochtigheid kunnen tot gevolg hebben dat zich druppels of kristallen op het oppervlak afzetten of dat er een netwerk van barstjes in het glas ontstaat.

Wetenschappers houden zich al jaren bezig met het onderzoeken van de juiste bewaaromstandigheden van instabiel glas. Een lage relatieve vochtigheid (RV) tempert de migratie van zouten, maar een té lage RV kan de ontwikkeling van crizzling tot gevolg hebben. Ze vragen zich niet alleen af wat het juiste evenwichtspunt is, maar realiseren zich ook dat individuele kenmerken van een glas het vinden van een generieke oplossing lastig maakt.

Tot huidige onderzoeken wellicht tot nieuwe inzichten leiden is het meest gangbare advies ten aanzien van bewaaromstandigheden van instabiel glas:
– Rond de 40-42% relatieve vochtigheid (schommelingen niet groter dan 2%) 
– Schone omgeving en schoonhouden van de voorwerpen, voorkom stof- en vuilopbouw
– Inerte omgeving (niet in houten kast of stelling)
– Monitoren van de conditie van de instabiele voorwerpen en omgevingsfactoren
– Objecten in zicht en binnen veilig handbereik
– Luchtcirculatie in vitrine of depotkast, voorkomen van microklimaat
– Geen blootstelling aan ultraviolette straling


In het depot van Miseum Boijmans Van Beuningen worden strenge eisen gehanteerd die op de depotkasten wordt vermeld. Instabiel glas kan bijvoorbeeld glibberig zijn en verdient speciale omgang.   FOTO M. Slager

Met de kennis die uit het onderzoek naar de toepassing van Ion Chromatografie (IC) is voortgekomen, zien we dat zich diverse zouten op het oppervlak kunnen afzetten. Dat verschilt per voorwerp. We zien dat veelal natriumzouten ontstaan, maar ook kaliumzouten.

Kennis van de zouten die zich vormen, heeft inzichten gegeven die we uiteindelijk in het ontwerpen van geschikte bewaaromstandigheden kunnen gebruiken. Ieder zout heeft een DRH (Deliquescence Relative Humidity), een specifieke waarde van relatieve vochtigheid waarop de zoutkristallen in oplossing gaan. Als we uitgaan van een gemiddelde temperatuur van 25 graden Celsius en pure zouten, dan zien we bijvoorbeeld dat natriumformiaat bij 56% RV druppelvormig wordt en kaliumformiaat al bij 19%. Onttrekking van alkali bestanddelen uit het glas vindt plaats vanaf deze percentages van relatieve vochtigheid. Met deze kennis is het mogelijk om voor specifieke objecten een meer precieze RV te adviseren.

 
K. P. C. de Bazel, Wijnglas: servies F, 1921 - 1923
COLLECTIE Museum Boijmans Van Beuningen. Voornaamste zouten aanwezig op oppervlak natriumformiaten met een DLR van 56%.

Meerdere factoren spelen een rol bij de degradatieprocessen die als gevolg van chemische instabiliteit ontstaan, zoals de aanwezigheid van meerdere type zouten, de pH, de glassamenstelling, andere omgevingsfactoren dan RV en het stadium van degradatie waarin het glas zich bevindt.

Momenteel vindt er onderzoek plaats in het GoGreen conserveringsproject Horizon Europe, waarbij glasmonsters op diverse locaties in erfgoedinstellingen zijn geplaatst. Omgevingsfactoren zoals RV, verontreinigingen in de lucht en temperatuur zullen over een periode van enkele jaren worden gemonitord om hun effect op het glasdegradatieproces te volgen. Huidige adviezen ten aanzien van bewaaromstandigheden van (instabiel) glas kunnen straks gestaafd worden met inzichten uit dit onderzoek.

Druppels
Zie atmosferische degradatie.
De gevolgen van instabiliteit kunnen ernstige druppelvorming tot gevolg hebben, waarbij er zelfs vocht van het object af kan stromen. Op de volgende foto was getracht om de depotkast te beschermen met een laag inert plastic. Dit plastic is uiteindelijk aan het glas gaan plakken. Dit geeft aan hoe ernstig druppelvorming kan zijn.

Y. Xu, Kunstmuseum Den Haag

Barstvorming - (advanced stage en full blown)
Zie atmosferische degradatie.
In geval van een zwaar gebarsten glas, waarbij ook het standvlak is aangetast, verdient het aanbeveling het object niet staand te bewaren. Op cruciale plekken zal het object ondersteund moeten worden. De manier van verpakken dient ook rekening te houden met de kwetsbaarheid van het glasoppervlak en preventie van een microklimaat, zoals in de volgende afbeelding:

Kelkglas RL41098, Collectie Museum Paleis het Loo   FOTO Steven Visser, CCNL

Het object is bijzonder kwetsbaar in verband met crizzling. Ook het standvlak is erg gebarsten.

De bewaaromstandigheden en conditie van instabiel glas dienen te worden gemonitord, om bij veranderingen in conditie de gewijzigde kenmerken in context te kunnen plaatsen.

bronnen
Eggert, G.When Does Glass Get Wet? A Revised Table of Deliquescence Humidities of Relevant Salts, In Recent Advances in Glass and Ceramics Conservation, 2022 Lisbon, Extended abstract.

Go Green Conservation.eu, geraadpleegd op 25 oktober 2025.