Ieder object van glas heeft zijn eigen kwetsbaarheden, die het gevolg zijn van zijn specifieke bewaar- en gebruiksgeschiedenis en specifieke maakprocessen. Enkele veel voorkomende kwetsbaarheden worden hier genoemd, maar voor voorbeelden van objectgerelateerde problematiek verwijzen we naar de
objecten.
Dunwandigheid, interne spanningen, luchtbellen, slieren of inclusies als gevolg van het maakproces kunnen een glas kwetsbaar maken. Dit betekent dat een glasobject bij stoten of plotselinge grote temperatuurschommelingen makkelijker kan barsten of breken.
Het is iedereen bekend dat glas gevoelig is voor krassen, barsten of breken. In ieder glas zit spanning die bij impact kan ontsnappen, met barsten of breuken tot gevolg. Maar ook de aanwezigheid van luchtbellen, onzuiverheden of niet versmolten materialen in het glas kunnen de gevoeligheid voor breuk vergroten. Een belangrijk onderdeel van het glasmaakproces is de afkoeling. Als dat niet zorgvuldig gebeurt, kan dat ook voor extra spanning in het glas zorgen (zie ook
Het bestuderen van spanning in glas) De gevoeligheid voor krassen kan te maken hebben met de samenstelling van het glas. Zo is loodglas ‘zachter’ dan borosilicaatglas, en dus gevoeliger voor krassen.
Glas kan dunwandig zijn of kwetsbare uitstekende delen hebben, maar ook uist heel dik en zwaar zijn. Deze aspecten brengen ieder hun eigen kwetsbaarheid met zich mee.
De belangrijkste en wellicht meest opvallende kwetsbaarheid van ieder glas is de gevoeligheid voor vocht. Elk glasobject neemt in zijn leven water op in zijn oppervlaktelaag. Bij chemisch instabiel glas kan dat nadelige gevolgen hebben op de conditie omdat natrium of kalium uit het glasoppervlak kunnen migreren. Dit kan leiden tot dofheid, minuscule druppeltjes of kristallen op het oppervlak, (micro) barsten of zelfs totale structurele disintegratie van het glas (
zie atmosferische degradatie).
Glas is tevens gevoelig voor stof en verontreinigingen uit de lucht of omgeving, afkomstig van gebruik, bewaren of hanteren. Ook UV-licht kan in bepaalde omstandigheden op diverse manieren voor verkleuring van het glas zorgen; het glas kan gelig of rozig verkleuren. (
zie solarisatie)