conservering
onderzoek & diagnose
kwetsbaarheden in glas
spanning
breuk
atmosferische degradatie
solarisatie
materiaal technisch onderzoek
formulieren
advies & behandeling

conservering

onderzoek & diagnose

kwetsbaarheden in glas

Door de manier waarop de glasingrediënten gesmolten, vervolgens gevormd en afgekoeld worden, ontstaat het bijzondere materiaal glas. Het vormt een hard materiaal dat een prachtige klank kan voortbrengen, soms transparant en glanzend is, maar ook opaak en mat kan zijn. Het gevormde glas kan op vele manieren verder bewerkt of afgewerkt worden. De bijzondere eigenschap dat het lichtdoorlatend kan zijn, dus licht kan geleiden, maar ook vloeistoffen, elektriciteit en licht kan tegenhouden, gepolijst kan worden, maakt het een product dat een grote veelzijdigheid aan toepassingen kent.

De manier waarop de glasingrediënten gesmolten en vervolgens gevormd en afgekoeld worden, is ook van invloed op de kwetsbaarheid van het eindproduct glas. Ook koude bewerkingstechnieken kunnen het glas kwetsbaarder maken. (Zie ook maakproces).

Ieder object van glas heeft zijn eigen kwetsbaarheden, die het gevolg zijn van zijn specifieke bewaar- en gebruiksgeschiedenis en specifieke maakprocessen. Enkele veel voorkomende kwetsbaarheden worden hier genoemd, maar voor voorbeelden van object­gerelateerde proble­matiek verwijzen we naar de objecten.

Dunwandigheid, interne spanningen, lucht­bellen, slieren of inclusies als gevolg van het maakproces kunnen een glas kwetsbaar maken. Dit betekent dat een glas­object bij stoten of plotselinge grote temperatuur­schommelingen makkelijker kan barsten of breken.

Het is iedereen bekend dat glas gevoelig is voor krassen, barsten of breken. In ieder glas zit spanning die bij impact kan ontsnappen, met barsten of breuken tot gevolg. Maar ook de aanwezigheid van lucht­bellen, onzuiverheden of niet versmolten materialen in het glas kunnen de gevoeligheid voor breuk vergroten. Een belangrijk onderdeel van het glasmaakproces is de afkoeling. Als dat niet zorgvuldig gebeurt, kan dat ook voor extra spanning in het glas zorgen (zie ook Het bestuderen van spanning in glas) De gevoeligheid voor krassen kan te maken hebben met de samenstelling van het glas. Zo is loodglas ‘zachter’ dan borosilicaatglas, en dus gevoeliger voor krassen.

Glas kan dunwandig zijn of kwetsbare uitstekende delen hebben, maar ook uist heel dik en zwaar zijn. Deze aspecten brengen ieder hun eigen kwetsbaarheid met zich mee.
De belangrijkste en wellicht meest opvallende kwetsbaarheid van ieder glas is de gevoeligheid voor vocht. Elk glasobject neemt in zijn leven water op in zijn oppervlaktelaag. Bij chemisch instabiel glas kan dat nadelige gevolgen hebben op de conditie omdat natrium of kalium uit het glasoppervlak kunnen migreren. Dit kan leiden tot dofheid, minuscule druppeltjes of kristallen op het oppervlak, (micro) barsten of zelfs totale structurele disintegratie van het glas (zie atmosferische degradatie).

Glas is tevens gevoelig voor stof en verontreinigingen uit de lucht of omgeving, afkomstig van gebruik, bewaren of hanteren. Ook UV-licht kan in bepaalde omstandigheden op diverse manieren voor verkleuring van het glas zorgen; het glas kan gelig of rozig verkleuren. (zie solarisatie)



Luchtbellen en kleine inclusies (niet versinterde materialen) in glas.   FOTO M. Slager


Slieren in glas (waar minder goede vermenging van materialen lijnen in het glas veroorzaakt).   FOTO M. Slager


V63a1, collectie Museum Boijmans Van Beuningen object gebroken in vele scherven.   FOTO M. Slager


Ingrediënten zijn niet helemaal versmolten tijdens vervaardiging.   FOTO M. Slager