Slangenglas of ‘verres à serpents’ kwam op in de 16e eeuw in Murano, maar werd in de 17e eeuw ook op andere plekken in Europa gemaakt. Ze werden onder andere in Luik en in Brussel geproduceerd. Ze werden gemaakt voor de hogere klasse van de samenleving en waren bedoeld voor het drinken van wijn. Door de breekbaarheid van de vleugels en stammen werden het meer decoratie- en verzamelobjecten.
A. Baar stelt vast dat de Nederlandse of de Duitse vleugelglazen geribde, geknepen kammen als buiten contour van de stam voor Antwerpen karakteristiek zijn. Kammen met wafel-reliëf zijn kenmerkend voor Luik en Keulen.
Uit contracten met werklieden, in dienst genomen voor glasblazerijen in Luik, Brussel en elders, blijkt dat het vervaardigen van ‘verres à serpents’ als een moeilijke opgave werd beschouwd. Het kostte één dag om 24 glazen van dit type te maken, terwijl in dezelfde tijd 120 wijnglazen of 160 bierglazen geproduceerd konden worden. bron Museum Boijmans Van Beuningen